Onderzoek: succesbepalende factoren Tiny House wijk

Djavan Braumuller heeft afgelopen jaar zijn afstudeerstage gedaan bij Wooncoöperatie Tiny House Alkmaar, waarin hij onderzoek heeft gedaan naar wat er nodig is om een Tiny House project te laten slagen in Alkmaar en andere gemeentes. Zijn scriptie is afgerond en beoordeeld met een dikke acht, gefeliciteerd Djavan! In deze blog deelt hij een beknopte versie van de resultaten met ons.

Duurzaamheid wordt een steeds belangrijker begrip in de maatschappij en weet (gelukkig) door te dringen in veel facetten in ons leven, zo ook in de manier waarop we wonen. Steeds meer mensen isoleren hun huis, schaffen een slimme thermostaat aan en installeren een warmtepomp. Een van de gemeenten die zichzelf momenteel wil profileren met een duurzaam en innoverend karakter is Alkmaar. Zoals vele van jullie als weten staat hier sinds 2016 het eerste legale Tiny House in Nederland, bewoond door Tiny House pionier Marjolein Jonker. Marjolein richtte samen met andere Tiny House enthousiastelingen uit de regio Alkmaar Wooncoöperatie Tiny House Alkmaar op. Deze coöperatie heeft als doel het oprichten van een Tiny House Buurtje aan de Helderseweg te Alkmaar.

Foto: Tiny House Alkmaar

Marjolein wilde graag een hulpmiddel realiseren voor gemeenten om een plek te creëren voor vergelijkbare Tiny House projecten. De gelukkige die aan deze uitdaging mocht beginnen was ik! De hoofdvraag die uiteindelijk werd opgesteld luidde als volgt: Welke gevonden criteria op het gebied van wet- en regelgeving en sociologie in de casusgebieden zijn succesbepalend geweest bij het realiseren van de Tiny House wijken en kunnen de gevonden succesbepalende factoren worden toegepast op nieuwe Tiny House projecten? Dit klinkt redelijk ingewikkeld maar om het simpeler te formuleren luid de vraag: Welke factoren maakte de Tiny House wijken die zijn onderzocht meer of minder succesvol en hoe kan de kennis van deze factoren bijdragen aan het realiseren van nieuwe Tiny House wijken?

Om te beginnen heb ik twee casestudies uitgevoerd, en het doel van deze casestudies was het vinden van de factoren die succesbepalend waren bij het realiseren van de Tiny House wijken in kwestie. De eerste casestudie deed ik naar de Proeftuin Erasmusveld, een succesvol gerealiseerde Tiny House wijk in Den Haag. De tweede casestudie deed ik naar de Tiny House wijk in Alkmaar die op dat moment nog niet compleet was. De informatie de casestudies is verzameld door middel van diepte-interviews met bewoners van de wijken.

Uit de casestudie naar Den Haag bleken de meest succesbepalende factoren de hechte community, hulp van projectontwikkelaar BPD en een gedoogbesluit van gemeente Den Haag te zijn. Zeker dat laatste was belangrijk. Geen van de huisjes van de personen die ik heb geïnterviewd voldeden namelijk aan het Bouwbesluit. Het gedoogbesluit waarmee de gemeente gedoogd dat de huisjes op het terrein niet voldoen aan het Bouwbesluit had dus een bijzonder grote invloed op het succes van de wijk.

Foto: Tiny House village Proeftuin Erasmusveld, Den Haag

De succesbepalende factoren van de Tiny House wijk in Alkmaar kwamen verrassend genoeg erg overeen met die van Proeftuin Erasmusveld. Zo was de hechte community ook en de steun van de lokale gemeente ook hier van groot belang. Andere succesbepalende factoren in Alkmaar waren de tegenwerking van Hoogheemraadschap Hollands-Noorderkwartier en stichting Behoud Gas!Fabriek en Marjolein die met haar betrokkenheid en mediaoptredens als drijfveer fungeert.

Het grote verschil tussen de wijk in Alkmaar en die in Den Haag is dat de wijk in Den Haag een ander doel had, namelijk experimenteren met het gebruik van Tiny Houses op braakliggende terreinen en het publiek een nieuwe associatie geven met het gebied. Voordat de Tiny Houses er stonden zag het gebied er niet erg aantrekkelijk uit. Het doel van de Tiny House wijk in Alkmaar was (voor de gemeente) het innoveren met duurzame ideeën en voor de bewoners het bewijzen dat Tiny wonen een toekomstbestendig concept is en niet zomaar een trend.

Naast de twee casestudies is er ook nog een enquête afgenomen onder Tiny House- bewoners en enthousiastelingen. Het aantal mensen die deze enquête hebben ingevuld was geweldig, maar liefst 873 mensen vulde deze in! Het doel van deze enquête was het in kaart brengen wat de motivatie was voor het willen wonen in een Tiny House en welke voorzieningen zij graag af zouden willen nemen. De resultaten van deze enquête kan je hier lezen.

Tot slot heb ik ook nog een literatuurstudie uitgevoerd naar de invloed van nationale wet- en regelgeving op de realisatie van Tiny House wijken. De grootste invloed op de realisatie van Tiny Houses heeft het Bouwbesluit 2012, dit document bevat voorschriften voor gebouwen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Wanneer een Tiny House niet voldoet aan het Bouwbesluit moet er door de bewoner een document worden opgesteld waarin wordt bewezen dat de Tiny House toch voldoet aan de mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid die er worden geëist in het Bouwbesluit. Het opstellen en het verwerken van de gelijkwaardigheidsbepaling kost de bewoner en de gemeente veel tijd. Daarom is ook het Bouwbesluit een succesbepalende factor. Ook zal de toekomstige omgevingswet een grote invloed hebben op de realisatie van Tiny House wijken. De omgevingswet zal door het bundelen van de wetgeving en de regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water de hoeveelheid wetgeving verminderen. De omgevingswet zal daarbij ook veel wetgeving decentraliseren en daarmee de gemeente meer ruimte geven om zelf invulling te geven aan de omgevingswet. Dit klinkt allemaal erg ingewikkeld, en dat is het ook. Waar het op neer komt is dat de omgevingswet door iedere gemeente anders zal worden geïnterpreteerd, waardoor het momenteel erg lastig is om te voorspellen wat de precieze invloed zal zijn op Tiny Houses.

Met mijn verzamelde informatie heb ik uiteindelijk aanbevelingen opgesteld om het realisatieproces van Tiny Houses te verbeteren. Allereest, neem Tiny Houses op in het Bouwbesluit! Dit bespaart zowel de gemeenten als de burgers tijd. Burgers hoeven minder papierwerk op te stellen en gemeenten hoeven minder papierwerk te verwerken, dat klinkt voor mij als een win-win. Daarnaast beveel ik aan om vervolgonderzoek te (laten) doen naar de mogelijke invloed van de omgevingswet op Tiny Houses, dit geeft initiatiefnemers de kans om te anticiperen op deze veranderingen. Tot slot zal het ontwikkelen van een groepsvormingsmethode voor Tiny House communities van grote waarde kunnen zijn. Met een dergelijke methode zal de groepsvormingsfase van Tiny House wijken soepeler en sneller verlopen waardoor het realiseren van Tiny House wijken kan worden versneld.

Tot slot heb ik veel plezier gehad tijdens het schrijven van mijn onderzoek. Het was niet altijd makkelijk en ik heb voor sommige interviews letterlijk mijn handen uit de mouwen moeten steken. Zo heb ik in ruil voor een interview dit pad met houtsnippers aangelegd in Proeftuin Erasmusveld (figuur 1). Maar al met al was het al deze moeite dubbel en dwars waard. Met de laatste woorden van de blogpost wil ik graag Marjolein bedanken voor het vertrouwen, geduld en zelfstandigheid die ze mij gedurende en na het onderzoek heeft gegeven. Dankzij dit onderzoek zal ik Tiny Houses en de bijbehorende movement voor altijd een warm hart toedragen.

Dankjewel Djavan! Het was ons een plezier met je samen te werken als onze eerste stagiaire en we zijn zeer tevreden over het resultaat van je onderzoek. We wensen je heel veel plezier en geluk met je vervolgstudie en carrière, dat kan alleen maar een succes worden! 

Ook heel hartelijk dank aan alle mensen die hebben meegewerkt aan Djavan’s onderzoek!

De volledige versie van Djavans’ scriptie kun je hier vinden.

Even voorstellen: stagiaire Djavan

Mijn naam is Djavan Braumuller en ik loop momenteel stage bij Wooncoöperatie Tiny House Alkmaar. Tijdens deze afstudeerstage doe ik simpel gezegd onderzoek naar wat er nodig is om een Tiny House project te laten slagen in Alkmaar en andere gemeentes. Hiervoor zal ik voornamelijk onderzoek doen naar de kansen en bedreigingen van de omgevingswet en de sociologische aspecten rondom de Tiny House movement, een van de vragen die hieruit voorkomt is: ‘’Wat doet mensen kiezen voor het wonen in een Tiny House?’’.

Nu vraag je je natuurlijk af: ‘’Hoe kom je als student terecht in de wereld van Tiny Houses?’’. Om die vraag te beantwoorden is het handig om eerst wat achtergrondinformatie te geven. Om te beginnen ben ik een vierdejaars Landscape and Environment Management student aan hogeschool Inholland te Delft. De opleiding is een mix van ruimtelijke ordening en milieukunde. De keus voor deze groene opleiding is niet volledig vanzelfsprekend. Ik ben namelijk opgegroeid in het grijze Rotterdam Zuid, met een uitzicht op de bakstenen van mijn overburen. De onvermijdbare grijze omgeving heeft echter de passie voor natuur niet weten te dempen. Sterker nog: Ik denk dat mijn wijk de passie voor natuur juist heeft versterkt. Echter, kwam ik er tijdens de loop van mijn studie achter dat het wonen in de havenstad toch meer aan me is blijven plakken dan ik dacht. Zo vond ik het meeste plezier in het combineren van zowel de grijze als groene elementen van mijn opleiding. Het liefst zie ik mezelf nog jaren werken aan het vergroenen van de stedelijke ruimte.

De passie voor het vergroenen van de stedelijke ruimte uitte zich in de projecten die ik tijdens mijn opleiding uitkoos. Zo heb ik vanaf september 2017 tot februari 2018 gewerkt aan een Green Junior project met de opdracht om een volledig circulair eiland te ontwerpen voor de kust van IJmuiden. Dit Green Junior project liet mij kennis maken met de uitdaging van ontwerpen volgens de wensen en behoeften van bewoners, de diepe wortels die wet- en regelgeving heeft in een plan en het belang van duurzame projecten.

Ik geloof dat de het duurzaam inrichten van onze leefomgeving de toekomst is, niet alleen omdat innovatie belangrijk is, maar ook omdat het cruciaal is voor het voortbestaan van de wereld zoals we haar kennen. Dankzij mijn begeleider van het Green Junior project kwam ik contact met de projectleider van Tiny House Nederland en voorzitter van Wooncoöperatie Tiny House Alkmaar, Marjolein Jonker. Een van de redenen dat ik voor deze stage heb gekozen is mijn interesse in de mogelijke effecten van de omgevingswet die begin 2019 wordt ingevoerd, in het bijzonder op de effecten die het heeft op duurzame initiatieven. De omgevingswet beloofd namelijk kortere en eenvoudigere procedures en ook gaat de omgevingswet werken met het ‘ja, mits’-principe in plaats van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit houdt in dat er meer ruimte zou moeten voor burgerinitiatieven.

Daarnaast zorgt de omgevingswet ervoor dat gemeentes meer afwegingsruimte hebben voor het stellen van kwaliteitsnormen. Dit klinkt natuurlijk hartstikke vaag, terwijl het eigenlijk hartstikke simpel is. Gemeenten mogen straks zelf gaan bepalen wat de normen zijn voor bepaalde aspecten in de fysieke leefomgeving, denk hierbij aan: natuur, bodemgesteldheid en geur. Stel dat een gemeente erg veel last heeft van geluidsoverlast, dan kunnen zij ervoor kiezen om de normen rondom geluidsoverlast strenger te maken. Een voorbeeld dat vaak wordt gebruikt is een mengpaneel. Je ziet op het bovenstaande mengpaneel dat bepaalde aspecten van de fysieke leefomgeving grenzen hebben (de rode strepen), dit zijn de Europese normen die momenteel gelden. Zo moet de luchtkwaliteit van een gemeente voldoen aan Europees gestelde eisen.

Een andere reden dat ik voor deze stage heb gekozen is de sociologische insteek die ik kan verwerken in het onderzoek. Zoals ik eerder zei, ga ik onderzoek naar wat mensen doet kiezen voor het wonen in een Tiny House. Sociologisch onderzoek vind ik persoonlijk erg interessant. Zo kan je jezelf afvragen: ‘’is er een typische Tiny House bewoner? En als deze er is, is deze persoon dan hoogopgeleid? Een man of een vrouw? Heeft hij/zij een grote portemonnee of een kleine?’’ En ga zo maar door.

Aan de hand van deze twee aspecten zal ik gedurende 5 maanden werken aan een advies met daarin een checklist. Het idee is, dat gemeentes of enthousiaste burgers met deze checklist hun omgeving kunnen toetsen op de mogelijkheid om een Tiny House wijk te realiseren. Punten die hierbij ter sprake zijn bijvoorbeeld:

  • – Hoe ziet de lokale bevolking eruit?
  • – Wat zijn de lokale normen die er worden gesteld? (Hoe ziet het mengpaneel eruit?)
  • – Is er veel leegstand in de gemeente?
  • – Welke actoren zouden mogelijk mee kunnen werken?
  • – Welke actoren zouden tegen kunnen zijn?
  • – et cetera

Ik ben erg blij dat ik dat ik stage mag lopen bij de nog jonge wooncoöperatie. De Tiny House movement wordt met de dag groter en met een beetje geluk zorg ik dat het verspreiden van de movement nóg wat sneller gaat.